Voorwoord schrijven

Een voorwoord schrijven. Hoe ga je dan te werk? Bij het schrijven een werkstuk, scriptie en overigens ook een boek schrijf je het voorwoord als laatste. Dit doe je aan de hand van de volgende stappen.

Introduceren
In het eerste gedeelte maakt de lezer kennis met jou. Je verteld kort en krachtig wie je bent. De lezer wil relevante informatie over jou. Naam, woonplaats, opleiding en leeftijd maken daar een belangrijk onderdeel van uit. Verder introduceer je de lezer in jouw bevindingen en is er ruimte om uit te leggen wat je gedaan hebt. Deze onderbouw je eventueel doormiddel van goede argumenten.

Keuze van het onderwerp
Vervolgens leg je uit waarom je voor dit onderwerp gekozen hebt. Was de voor jou de aanleiding voor deze probleemstelling en/of hoofdvraag. Uiteraard schrijf je in dit gedeelte niet dat het een opdracht van school betrof. Dit kan vooroordelen bij de lezer teweeg brengen. Het is dus aangeraden om een goed argument te geven waarom dit werkstuk geschreven is.

Bedanken
Is dit verslag zo geworden door informatie/tips van bronnen of heb je dit verslag zonder informatiebronnen geschreven? In dit gedeelte van het voorwoord is er ruimte om mensen te bedanken die energie en tijd hebben gestoken in het informeren van jou over het onderwerp. Dit kunnen mensen uit het werkveld zijn, maar ook klasgenoten of docenten.

Tot slot
Nadat bovenstaande punten zijn verwerkt in het voorwoord is het (in tegenstelling tot een voorwoord in een boek) gewenst om het voorwoord af te sluiten. Dit kun je doen door de schrijver(s) het voorwoord (en dus het werkstuk) te laten ondertekenen. Naam, plaats en handtekening horen onder het voorwoord thuis.